Tijdstip einde terbeschikkingstelling

Geplaatst op 20 april 2012

Sinds de invoering van de Wet IB 2001 geldt dat het rendabel maken van vermogensbestanddelen door deze al dan niet tegen een vergoeding ter beschikking te stellen aan een BV, waarin de eigenaar een aanmerkelijk belang heeft, als een werkzaamheid wordt aangemerkt. De opbrengsten van een werkzaamheid, verminderd met de daaraan toe te rekenen kosten en lasten, zijn progressief belast. Het resultaat van een dergelijke terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen wordt bepaald volgens de regels die gelden voor de bepaling van de winst uit een onderneming. Voor de bepaling van de winst uit onderneming geldt dat een vermogensbestanddeel tot het ondernemingsvermogen blijft behoren als het niet direct bij de staking van de onderneming wordt verkocht maar wordt aangehouden tot een later moment.
 
In een procedure was in geschil of de terbeschikkingstellingsregeling van toepassing blijft als het betreffende vermogensbestanddeel na beëindiging van de feitelijke terbeschikkingstelling wordt aangehouden tot zich een geschikte gelegenheid voor vervreemding voordoet. Hof Leeuwarden oordeelde dat dit het geval was. Zou dat niet zo zijn, dan zou de bij verkoop te realiseren boekwinst niet in de belastingheffing worden betrokken en zouden kosten en lasten uit de periode vanaf de beëindiging van de feitelijke terbeschikkingstelling niet ten laste van het resultaat komen. De feitelijke terbeschikkingstelling van landerijen was in november 2001 beëindigd. De eigenaar verkocht deze in 2002.
 
De Hoge Raad is van oordeel dat verkoop direct na de beëindiging van de feitelijke terbeschikkingstelling in veel gevallen niet mogelijk is. De Hoge Raad deelt daarom de opvatting van het hof.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact op met Acfis.

Acfis Business Centrum RSS Feed LinkedIn
Algemene Voorwaarden. Klachtenprocedure.
Webdesign door Michel Kusters